Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Veenhuizen, locatie Esserheem, te Veenhuizen.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Primair geldt dat de EncroChat-berichten dienen te worden uitgesloten van het bewijs, nu niet transparant is of deze rechtmatig zijn verkregen en/of de inhoud daarvan als betrouwbaar kan worden aangemerkt.
- Subsidiair geldt dat, indien de EncroChat-berichten wel voor het bewijs kunnen worden gebruikt, ondersteunend bewijs ontbreekt voor de vermeende belastende inhoud van die EncroChat-berichten.
- Meer subsidiair geldt dat verdachte niet de gebruiker is geweest van de EncroChat-accounts.
- Meer meer subsidiair geldt dat er geen sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een of meer gebruikers van die EncroChat-accounts.
- Nog meer subsidiair geldt dat de specifieke data en hoeveelheden harddrugs zoals in de tenlastelegging staan opgenomen, niet kunnen worden bewezen.
- Uiterst subsidiair geldt dat ten aanzien van feit 1 uit de stukken in het dossier niet blijkt dat er daadwerkelijk sprake is geweest van (internationale) handel in verdovende middelen.
verbalisant onder nummer [nummer]heeft in een afschermproces-verbaal onder meer het volgende gerelateerd:
verbalisant onder nummer [nummer]heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd:
de rechtbank begrijpt: tussen [accountnaam 2] en [accountnaam 3] )met de vraag vanuit [medeverdachte 1] wie dit is. Hierop wordt door [accountnaam 3] gereageerd: yo maat dit is me nieuwe mail. Vervolgens vraagt [medeverdachte 1] of hij die man nog gesproken heeft voor Vlis
(lees Vlissingen). [6]
( [accountnaam 2] )vraagt diverse malen om informatie. [accountnaam 3] geeft dit echter niet. [medeverdachte 1] lijkt hier niet blij mee te zijn. Hij geeft
aan:"Fucking hoofdpijn verhaal voor 14 stukkies". [7]
fishing expedition, overweegt de rechtbank dat uit het proces-verbaal van de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam blijkt dat de verleende instemming ziet op het ter beschikking stellen van (beperkte) data/informatie uit het onderzoek 26Lemont ten behoeve van een ander onderzoek. Daar komt bij dat de verkregen data niet het startpunt is geweest van het onderhavige onderzoek.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.VORDERING TENUITVOERLEGGING
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet;
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
7 (zeven) jaren;