ECLI:NL:RBMNE:2021:3291

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juli 2021
Publicatiedatum
20 juli 2021
Zaaknummer
C/16/524984 / JE RK 21-1386
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 2 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Moeder niet ontvankelijk in verzoek tot ondertoezichtstelling van minderjarige

De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om haar minderjarige kind onder toezicht te stellen van een gecertificeerde instelling. Het kind woont bij de moeder, terwijl het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend en er een zorgregeling met de vader bestaat.

De rechtbank oordeelt dat de moeder niet ontvankelijk is in haar verzoek omdat zij niet heeft gesteld dat de Raad voor de Kinderbescherming op de hoogte is gesteld van de feiten en omstandigheden die haar verzoek onderbouwen, noch dat de Raad met die kennis heeft besloten geen verzoek in te dienen. Tevens heeft de moeder niet aangetoond dat het kind in haar ontwikkeling wordt bedreigd.

De moeder heeft daarmee niet voldaan aan haar stelplicht. De kinderrechter verklaart daarom het verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden, via een advocaat, bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De moeder is niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
Zittingsplaats: Utrecht
Zaakgegevens : C/16/524984 / JE RK 21-1386
Datum uitspraak: 23 juli 2021

Beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

[verzoekster] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. I. Aardoom-Fuchs, gevestigd te Gouda.
betreffende
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam belanghebbende] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats 2] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 16 juli 2021, ingekomen bij de griffie op 19 juli 2021.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam van minderjarige] woont bij de moeder. Er is een zorgregeling met de vader.

Het verzoek

De moeder heeft verzocht om [voornaam van minderjarige] onder toezicht te stellen van een door de rechtbank aan te wijzen c.q. te bepalen gecertificeerde instelling.

De beoordeling

De kinderrechter zal de moeder niet ontvankelijk verklaren in haar verzoek. De moeder stelt immers niet dat de Raad voor de kinderbescherming in kennis is gesteld van de door de moeder aangevoerde feiten en omstandigheden en van haar wens om een ondertoezichtstelling. Zij heeft evenmin gesteld dat de Raad, met die wetenschap, besloten heeft geen verzoek tot ondertoezichtstelling in te dienen.
Overigens heeft de moeder evenmin gesteld dat [voornaam van minderjarige] zodanig opgroeit dat zij in haar ontwikkeling wordt bedreigd [1] . De moeder heeft aldus op meerdere punten niet aan haar stelplicht voldaan.

De beslissing

De kinderrechter verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek tot ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I. Stooker, als griffier en is ondertekend op 23 juli 2021.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

Voetnoten

1.Artikel 1:255 lid 2 BW Pro.