ECLI:NL:RBMNE:2021:3316
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning van rechter wegens nauwe samenwerking met betrokken rechter
Op 16 juli 2021 ontving de verschoningskamer een verzoek tot verschoning van een lid van de wrakingskamer, die was aangewezen als voorzitter voor de behandeling van een wrakingsverzoek tegen een meervoudige strafkamer. De verzoekster had in 2020 en 2021 als opleider nauw samengewerkt met een van de rechters van de strafkamer tegen wie het wrakingsverzoek was gericht en onderhoudt nog steeds contact met haar.
De kamer overwoog dat verschoning dient ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, waarbij ook de schijn van partijdigheid van belang is. Gezien de nauwe samenwerking en het voortduren van het contact achtte de kamer de schijn van partijdigheid aanwezig, waardoor verzoekster zich niet vrij voelde om de zaak te behandelen.
De kamer verklaarde het verzoek tot verschoning gegrond en droeg de griffier op deze beslissing aan alle betrokkenen en de president van de rechtbank toe te zenden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van het lid van de wrakingskamer wordt gegrond verklaard vanwege nauwe samenwerking met de betrokken rechter.