ECLI:NL:RBMNE:2021:3357
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beëindiging bijstand en oplegging schriftelijke waarschuwing wegens schending inlichtingenplicht
Eiser had bijstandsuitkeringen ontvangen die door verweerder zijn beëindigd en teruggevorderd wegens een vermeende schending van de inlichtingenplicht. Verweerder legde tevens een boete op, die later werd omgezet in een schriftelijke waarschuwing. Eiser stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht kon aannemen dat eiser niet tijdig de gevraagde informatie over zijn bank- en PayPal-rekeningen heeft verstrekt, waardoor de inlichtingenplicht is geschonden. Dit rechtvaardigde de beëindiging van de bijstand en de terugvordering van het bedrag.
Verder is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid in het primaire besluit, zodat geen proceskostenvergoeding in bezwaar wordt toegekend. De schriftelijke waarschuwing is passend gezien de schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van een benadelingsbedrag.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de uitspraak is mondeling gedaan op 1 juni 2021 te Utrecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen tegen beëindiging bijstand, terugvordering en schriftelijke waarschuwing worden ongegrond verklaard.