Eiseres, die vanwege mobiliteitsbeperkingen een regiotaxipas had, vroeg om een persoonsgebonden budget (pgb) voor vervoerskosten om een rolstoelbus aan te schaffen en aan te passen. Verweerder wees de aanvraag voor het pgb af omdat eiseres al een regiotaxipas had, maar kende later een eenmalig pgb toe voor de periode 16 april tot 24 augustus 2020.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het pgb ook na 24 augustus 2020 door moest lopen, omdat de kosten voor de rolstoelbus anders niet gedekt zouden zijn. Verweerder stelde dat de regiotaxipas verviel bij toekenning van de maatwerkvoorziening voor de rolstoelbus en dat er geen recht is op dubbele vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de maatwerkvoorziening de regiotaxipas vervangt en dat het pgb voor de rolstoelbus toereikend is. Het standpunt van verweerder is juist en het beroep van eiseres is ongegrond verklaard. De rechtbank vond dat eiseres voldoende geïnformeerd was over de gevolgen van de toekenning van de maatwerkvoorziening.
De vraag of de maatwerkvoorziening passend is, lag niet ter beoordeling omdat daartegen geen rechtsmiddelen waren ingesteld. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiseres niet tot proceskosten.