ECLI:NL:RBMNE:2021:3367
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging IOAW-uitkering ongegrond verklaard
Eiser ontving sinds september 2016 een IOAW-uitkering die per 1 april 2019 werd beëindigd door verweerder. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. Na beroep wijzigde verweerder deze beslissing en verklaarde het bezwaar alsnog ontvankelijk, maar ongegrond.
De rechtbank gaf eiser de mogelijkheid om nadere gronden in te dienen, maar hij maakte hier geen gebruik van. Tijdens de zitting verscheen eiser niet, terwijl verweerder vertegenwoordigd was. De rechtbank oordeelde dat het niet indienen van een verweerschrift door verweerder geen rechtsregel schond en dat de rechtbank geen consequenties hoefde te verbinden aan het niet reageren op telefoontjes en brieven van eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de oorspronkelijke beslissing op bezwaar niet-ontvankelijk en het beroep tegen de gewijzigde beslissing op bezwaar ongegrond. De beslissing op bezwaar blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 25 mei 2020 is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 9 maart 2021 is ongegrond verklaard.