Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2020 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van [gemeente] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- [adres 2] , verkocht op 11 mei 2020 voor € 252.000,-
- [adres 3] , verkocht op 15 mei 2020 voor € 301.250,-
- [adres 4] , verkocht op 21 november 2018 voor € 234.500,-
- [adres 5] , verkocht op 29 maart 2019 voor € 234.500,-
- [adres 6] , verkocht op 14 mei 2018 voor € 231.500,-
- [adres 7] , verkocht op 11 september 2019 voor € 252.000,-
- [adres 8] , verkocht op 25 september 2018 voor € 231.500,-
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- stelt de waarde van het object vast op € 239.000 naar de waardepeildatum 1 januari 2019 en bepaalt dat verweerder de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.598,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiser te vergoeden.