Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
De Minister voor Rechtsbescherming, verweerder
Als derde-partij neemt aan het geding deel: [derde-partij] .
Procesverloop
Overwegingen
14. Voor [A] geldt dat een vierde deel neerkomt op ongeveer vijf maanden. De twee maanden van samenwonen na de geboorte van [B] tellen ook mee voor deze periode. En gelet op de verklaring van de moeder dat zij voor de geboorte van [B] ongeveer de helft van de tijd met eiser samenwoonde, vindt de rechtbank het aannemelijk dat eiser met haar en [A] in die resterende periode ten minste drie maanden heeft samengeleefd in gezinsverband. Dit betekent dat ook ten aanzien van [A] wordt voldaan aan de vereiste periode van samenleving in gezinsverband.
Conclusie