ECLI:NL:RBMNE:2021:3417
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huur- en zorgtoeslagaanvragen wegens overschrijding dwingende termijn
Eiseres heeft aanvragen om huurtoeslag en zorgtoeslag over 2016 en 2017 ingediend die door de Belastingdienst zijn afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn. Eiseres stelde dat persoonlijke omstandigheden, waaronder het beëindigen van haar relatie en onjuiste informatie van de Belastingtelefoon, tot de vertraging hebben geleid.
De rechtbank constateert dat de uiterste datum voor het indienen van de aanvragen voor 2016 en 2017 respectievelijk 13 juli 2018 en 1 januari 2019 was. Hoewel verweerder in het bestreden besluit een onjuiste uiterste datum noemde, was de feitelijke indiening van eiseres later dan deze termijnen. De rechtbank oordeelt dat de termijn dwingend is en dat geen coulance mogelijk is.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat eiseres geen concrete toezeggingen kon aantonen en er geen bewijs was van toezeggingen door de Belastingtelefoon. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar beveelt vergoeding van het betaalde griffierecht aan.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toeslagaanvragen wegens overschrijding van de dwingende termijn wordt ongegrond verklaard.