ECLI:NL:RBMNE:2021:3432
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening woningurgentie wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, dat haar aanvraag voor woningurgentie heeft afgewezen. Zij stelde dat spoedeisendheid bestond vanwege de slechte woonomstandigheden en gezondheidsproblemen van haar zoon, alsmede discriminatie door buren.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat verzoekster onvoldoende heeft onderbouwd dat zij een spoedeisend belang heeft bij de voorlopige voorziening. Er is geen sprake van dreigende dakloosheid of onomkeerbare gevolgen bij het afwachten van de bezwaarprocedure. Daarnaast is niet vastgesteld dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is, hetgeen vereist is om zonder spoedeisend belang een voorlopige voorziening toe te kennen.
Op basis hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van woningurgentie is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.