ECLI:NL:RBMNE:2021:3441

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
26 juli 2021
Zaaknummer
21/358
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken gronden

Eiseres heeft op 14 januari 2021 beroep ingesteld, maar heeft het griffierecht van €49,- niet betaald. De rechtbank heeft eiseres hierop per aangetekende brief van 28 maart 2021 gewezen en haar een termijn van vier weken gegeven om het griffierecht te voldoen. Ondanks dit heeft eiseres geen betaling verricht en geen geldige reden opgegeven voor het niet betalen.

Daarnaast heeft eiseres geen kopie van de beslissing op bezwaar en de gronden van beroep ingediend, wat ook een vereiste is voor de ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank heeft weliswaar uitstel verleend voor het indienen van deze stukken, maar deze zijn niet ontvangen.

De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er is geen inhoudelijke behandeling van het beroep geweest en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van de gronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/358

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

en

Onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 14 januari 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 28 maart 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
6. Op 26 februari 2021 heeft eiseres uitstel gevraagd voor minimaal drie maanden voor het indienen van de beslissing op bezwaar en de gronden van beroep. De rechtbank heeft dit verzoek bij brief van 24 maart 2021 toegewezen tot 7 mei 2021. Vervolgens heeft eiseres nogmaals een verzoek tot uitstel ingediend op 26 maart 2021. Bij aangetekende brief van 22 april 2021 heeft de rechtbank dit verzoek wederom toegewezen tot uiterlijk 24 juni 2021.
7. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen kopie van de beslissing op bezwaar en gronden heeft ingediend. Ook om die reden is het beroep niet-ontvankelijk.
7. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 13 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.