ECLI:NL:RBMNE:2021:3443
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens toekenning WIA-uitkering
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WW-uitkering toe te kennen. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna verzoeker in beroep ging bij de rechtbank.
Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarin een WIA-uitkering werd toegekend, waardoor verzoeker geen belang meer had bij het beroep op de WW-uitkering. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat het UWV door het toekennen van de WIA-uitkering geheel aan verzoeker tegemoet is gekomen, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is. De proceskosten worden vastgesteld op € 748,- en het griffierecht van € 49,- moet eveneens worden terugbetaald.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van deze kosten aan verzoeker zonder partijen te horen, omdat voldoende informatie beschikbaar was.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 748,- proceskosten en terugbetaling van € 49,- griffierecht aan verzoeker.