Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres kreeg een boete van €750,- opgelegd omdat zij niet tijdig aan haar inburgeringsplicht voldeed. Tevens werd haar verzoek om vrijstelling van het examenonderdeel Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA) afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het aantonen van voldoende arbeid in loondienst.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet tijdig had ingeburgerd en dat haar persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van opleidingsmogelijkheden in haar woonplaats geen reden vormden om de boete te matigen. Ook het feit dat zij geen gebruik maakte van een lening was niet relevant.
Het beroep tegen de boete en de afwijzing van het vrijstellingsverzoek werd ontvankelijk verklaard, maar inhoudelijk ongegrond. De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd voor de vrijstelling en dat de boete terecht was opgelegd.
De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier M.M. van Luijk-Salomons op 13 juli 2021. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de boete en de afwijzing van het vrijstellingsverzoek ongegrond.