ECLI:NL:RBMNE:2021:3491
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling definitieve subsidievaststelling op grond van de NOW 1.0 zonder ruimte voor maatwerk
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de NOW 1.0 vanwege verwacht omzetverlies door de coronamaatregelen. Verweerder heeft een voorschot toegekend op basis van de loonsom van januari 2020. Bij de definitieve vaststelling bleek de loonsom over maart tot en met mei 2020 lager dan de loonsom in januari, waardoor verweerder een terugvordering van € 19.770,- heeft opgelegd.
Eiseres betwist de berekeningswijze en stelt dat maatwerk moet worden toegepast omdat een werknemer vóór de coronacrisis uit dienst is getreden, waardoor de loonsom lager is. Zij voert aan dat het besluit onredelijk en in strijd met het evenredigheidsbeginsel is. De rechtbank oordeelt dat de NOW 1.0 wettelijk voorschrijft dat de loonsom van januari 2020 als uitgangspunt geldt en dat de verlaging van de subsidie bij een lagere loonsom gerechtvaardigd is.
De rechtbank verwijst naar de wettelijke bepalingen van de NOW 1.0 en naar brieven van de minister die bevestigen dat geen maatwerk kan worden geboden binnen deze noodregeling. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres moet € 19.770,- terugbetalen.