ECLI:NL:RBMNE:2021:3549

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 juli 2021
Publicatiedatum
29 juli 2021
Zaaknummer
21/1225
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek uitbreiding persoonsgebonden budget en gehandicaptenparkeerplaats voor aangepaste Canta

Eiseres had een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor een scootmobiel, waarmee zij een tweedehands Canta heeft aangeschaft. Zij verzocht om een uitbreiding van het pgb voor reparatiekosten van de Canta en om een gehandicaptenparkeerplaats. Verweerder wees deze verzoeken af op basis van medisch advies en het feit dat eiseres parkeermogelijkheden heeft op eigen terrein.

De rechtbank stelde vast dat de medische adviezen geen nieuwe informatie bevatten die rechtvaardigt dat eiseres een aangepaste Canta of uitbreiding van het pgb krijgt toegekend. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel met betrekking tot de gehandicaptenparkeerplaats faalde, omdat de situatie van haar echtgenoot dateert van vijftien jaar geleden en de huidige regelgeving anders is.

De rechtbank oordeelde dat eiseres met haar Canta op de stoep mag rijden en parkeren en dat het toegekende bedrag voor het realiseren van een parkeerplaats in de tuin voldoende is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de uitbreiding van het pgb en de gehandicaptenparkeerplaats is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1225

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.A.J. van Putten),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: A.M. Nijland-Nagtegaal).

Procesverloop

Bij besluit van 11 augustus 2020 (het primaire besluit I) heeft verweerder het verzoek van eiseres om een aangepaste gesloten buitenwagen (Canta met handbediening) afgewezen.
Bij besluit van 19 augustus 2020 (het primaire besluit II) heeft verweerder het verzoek van eiseres om een gehandicaptenparkeerkaart afgewezen.
Bij besluit van 8 september 2020 (het primaire besluit III) heeft verweerder een gehandicaptenparkeerkaart aan eiseres toegekend. Het verzoek om een gehandicaptenparkeerplaats heeft verweerder afgewezen. Tevens heeft verweerder het verzoek van eiseres van 18 augustus 2020 om uitbreiding van het persoonsgebonden budget (pgb) voor een aangepaste Canta afgewezen.
Bij besluit van 15 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gericht tegen het primaire besluit II gegrond verklaard. Tevens heeft verweerder het bezwaar tegen de primaire besluiten I en III, voor zover die zien op het verzoek om een aangepaste Canta, de uitbreiding van het pgb en de gehandicaptenparkeerplaats, ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2021 door middel van een
Skype-beeldverbinding. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. Op 29 november 2018 is aan eiseres een pgb toegekend voor de aanschaf, het onderhoud en de verzekering van een scootmobiel van € 5.247,36. Eiseres heeft met dit pgb een gesloten buitenwagen (Canta) aangeschaft. Op 30 maart 2020 heeft eiseres een aanvraag voor een aangepaste Canta, een gehandicaptenparkeerkaart en een gehandicaptenparkeerplaats ingediend. Op 18 augustus 2020 heeft eiseres een verzoek gedaan om uitbreiding van het pgb om de defecte Canta weer rijklaar te maken.
2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit, voor zover van belang, op het standpunt gesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor een aangepaste Canta en een uitbreiding van het pgb omdat zij in staat moet worden geacht om gebruik te maken van de op 29 november 2018 verstrekte maatwerkvoorziening. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op het medisch advies van medisch adviseur B. Oosterink van 1 juli 2020 en het aanvullend medisch advies van medisch adviseur R. van Nistelrooij van 4 november 2020. Tevens heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor een gehandicaptenparkeerplaats voor de Canta omdat eiseres beschikt over een parkeermogelijkheid in de tuin van de woning en omdat de Canta op de stoep mag worden geparkeerd. Voor het realiseren van een parkeermogelijkheid in de tuin van de woning heeft verweerder een bedrag van € 500,- ter beschikking gesteld.
3. Niet in geschil is dat aan eiseres een gehandicaptenparkeerkaart is toegekend. Enkel in geschil is of aan eiseres een aangepaste Canta, een uitbreiding van het pgb ten behoeve van reparatiekosten aan de Canta en een gehandicaptenparkeerplaats moeten worden toegekend.
Over de aangepaste Canta en de uitbreiding van het pgb
4. Eiseres voert in beroep aan dat haar medische klachten dusdanig zijn toegenomen dat de in november 2018 toegekende maatwerkvoorziening in de vorm van een scootmobiel niet meer medisch adequaat is. Eiseres wijst op de door haar overgelegde medische informatie. Het medisch onderzoek waar verweerder de besluitvorming op heeft gebaseerd, is onzorgvuldig tot stand gekomen en bevat tegenstrijdigheden. Eiseres heeft niet de financiële middelen om een contra-expertise te laten verrichten. In beroep overlegt eiseres een verklaring van de neuroloog van 12 februari 2021. Eiseres wijst erop dat weersomstandigheden (koude en warmte) van nadelige invloed zijn op haar klachten. Daarom is de eerder toegekende maatwerkvoorziening van een scootmobiel niet meer als medisch adequaat passend te beschouwen.
5. De rechtbank stelt vast dat op 29 november 2018 een pgb van € 5.247,26 voor de aanschaf, onderhoud en verzekering van een scootmobiel is verstrekt voor een periode van zes jaar. Eiseres heeft er zelf gekozen om met dit bedrag geen handgeschakelde scootmobiel maar een tweedehands Canta aan te schaffen. Uit de medische adviezen van 1 juli 2020 en
4 november 2020 blijkt dat eiseres medisch gezien nog in staat wordt geacht om gebruik te maken van de aan haar toegekende maatwerkvoorziening, te weten het collectieve taxivervoerssysteem en de scootmobiel. Gebleken is dat de medisch adviseurs rekening hebben gehouden met de door eiseres overgelegde medische informatie, waaronder de significante verslechtering van de gezondheidssituatie. Over de in beroep overgelegde medische informatie van de neuroloog van 12 februari 2021 heeft verweerder zich ter zitting op het standpunt gesteld dat hieruit geen nieuw ziektebeeld en geen nieuwe medische informatie blijkt. De rechtbank volgt verweerder in dit standpunt. Dat eiseres is aangewezen op een handgeschakelde scootmobiel blijkt immers reeds uit de opgestelde medische adviezen. Ook de informatie dat weersomstandigheden nadelige invloed hebben op de klachten betreft geen nieuwe medische informatie die niet eerder bekend was. Het past bij het ziektebeeld van eiseres. De rechtbank ziet daarom geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de medische adviezen. De beroepsgronden van eiseres slagen niet.
Over de gehandicaptenparkeerplaats
6. Eiseres voert in beroep aan dat het volgens de politie niet is toegestaan om met een Canta over de stoep te rijden en om op de stoep te parkeren. Het aanleggen van een parkeerplaats in de voortuin is geen optie omdat eiseres deze alleen kan bereiken via de stoep. Ook is het toegekende bedrag van € 500,- niet toereikend. Eiseres doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat haar echtgenoot wel een gehandicaptenparkeerplaats toegekend heeft gekregen.
7. De rechtbank is van oordeel dat uit artikel 7 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 blijkt dat het voor bestuurders van een gehandicaptenvoertuig is toegestaan om gebruik te maken van het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de rijbaan. Hieruit volgt dat eiseres met haar Canta over de stoep mag rijden. Verder blijkt dat een Canta overal mag worden geparkeerd, ook op de stoep. Eiseres heeft deze informatie niet gemotiveerd weerlegd. Indien en voor zover eiseres met haar Canta op de stoep in de weg zou staan voor voetgangers, bestaat voor haar de mogelijkheid om te parkeren op eigen terrein (de voortuin). Hiervoor heeft verweerder een bedrag van
€ 500,- ter beschikking gesteld. Eiseres heeft niet onderbouwd dat het niet mogelijk is om de Canta in de voortuin te parkeren. Wat betreft het beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft verweerder ter zitting toegelicht dat 15 jaar geleden aan de echtgenoot van eiseres een gehandicaptenparkeerplaats is verleend en dat de regels toen mogelijk anders waren. Op basis van de huidige regelgeving zou de echtgenoot ook geen recht hebben op een gehandicaptenparkeerplaats. Aan eventuele fouten die zijn gemaakt in het verleden kunnen volgens verweerder geen rechten worden ontleend. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op gelijkheidsbeginsel - gelet op deze toelichting - niet slaagt.
8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 20 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.