ECLI:NL:RBMNE:2021:3565
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen wijziging arbeidsongeschiktheidspercentage en WIA-uitkering
Eiseres, arbeidsongeschikt sinds 2014, ontving een WIA-uitkering die in 2019 werd herbeoordeeld. De werkgever vroeg een herbeoordeling aan, waarna de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 45,61% per 16 juli 2019, in afwijking van het eerdere percentage van 80-100%. Verweerder nam een besluit tot wijziging van de uitkering, dat eiseres betwistte en waartegen zij beroep instelde.
De rechtbank behandelde het beroep op 6 juli 2021 via een Skype-verbinding. De medische beoordeling was gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen die zorgvuldig en consistent waren opgesteld, waarbij de gezondheidstoestand op de datum van 16 juli 2019 centraal stond. De medische informatie van GGZ Centraal van november 2020 gaf geen aanleiding tot een andere beoordeling.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beoordeeld, waarbij de functies die eiseres nog kon verrichten passend waren bij de vastgestelde beperkingen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot wijziging van haar arbeidsongeschiktheidspercentage en WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.