ECLI:NL:RBMNE:2021:3568
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing verzoek herziening besluit intrekking bijstandsuitkering
Eiser heeft verzocht om herziening van het besluit van 21 juli 2017 waarbij zijn recht op bijstand over de periode 28 april 2017 tot en met 26 mei 2017 werd ingetrokken wegens het geven van onjuiste inlichtingen over zijn hoofdverblijf. Tevens werd een bedrag van € 1.065,65 teruggevorderd. Dit verzoek tot herziening werd door verweerder afgewezen bij besluit van 14 januari 2020, en het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard op 23 februari 2021.
Eiser stelde dat een besluit van de gemeente De Fryske Marren uit september 2019 een nieuw feit vormde dat tot herziening moest leiden. De rechtbank oordeelde dat dit besluit technisch nieuw was, maar inhoudelijk geen nieuw feit of veranderde omstandigheid betrof die niet eerder aangevoerd had kunnen worden. Eiser had immers al in bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit kunnen wijzen op zijn hoofdverblijfssituatie.
De rechtbank verwierp ook de overige argumenten van eiser, zoals gebrekkig onderzoek en druk tijdens het gehoor, omdat deze ook al in bezwaar naar voren hadden kunnen worden gebracht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herziening van het intrekkingsbesluit bijstand wordt ongegrond verklaard.