ECLI:NL:RBMNE:2021:357
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ambtshalve uitschrijving uit Basisregistratie Personen wegens ontbreken procesbelang
Eiser is ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (Brp) omdat hij volgens onderzoek niet meer woonachtig was op het betreffende adres. Eiser voerde aan dat hij wel degelijk woonde op dat adres tot kort na 20 oktober 2020, toen hij het pand verliet na een ontruimingsvordering. Verweerder stelde dat eiser geen belang meer had bij de beoordeling van het beroep omdat hij inmiddels niet meer op het adres woonde.
De rechtbank stelde vast dat het geschil zich beperkte tot de periode van 11 mei 2020 tot kort na 20 oktober 2020. Eiser kon geen concreet belang aantonen, zoals schade door het ontbreken van inschrijving of een dreigende boete. Ook het principiële belang werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat zonder actueel en reëel belang geen inhoudelijke beoordeling van het beroep kan plaatsvinden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de ambtshalve uitschrijving uit de Brp wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel belang.