ECLI:NL:RBMNE:2021:3571
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking wapenverlof wegens ontbreken spoedeisend belang
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de korpschef van politie het wapenverlof van verzoeker per direct ingetrokken op 16 juli 2020. Het administratief beroep van verzoeker tegen deze intrekking is door de minister van Justitie en Veiligheid ongegrond verklaard op 17 maart 2021. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat het niet kunnen deelnemen aan schietsportactiviteiten en het niet kunnen voldoen aan de verplichtingen van het KNSA-lidmaatschap geen spoedeisend belang oplevert. Er is geen sprake van een situatie die onomkeerbaar dreigt te worden. Hierdoor kan alleen een voorlopige voorziening worden getroffen indien het bestreden besluit evident onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van evident onrechtmatigheid, omdat zonder diepgaand onderzoek niet ernstig betwijfeld kan worden dat het besluit juist is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier M.L. Bressers op 29 juli 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van het wapenverlof wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.