Eiser verzocht namens twee potentiële werkgevers om toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden, welke door verweerder werden geweigerd wegens onvoldoende betrouwbaarheid. De weigering was gebaseerd op een serieuze verdenking van zware mishandeling tegen eiser.
De rechtbank overweegt dat verweerder beoordelingsruimte heeft om te bepalen of iemand betrouwbaar genoeg is voor beveiligingswerkzaamheden, waarbij hogere eisen gelden dan in andere sectoren. De beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Bpbr) voorzien in weigering bij veroordelingen of andere relevante feiten, waaronder serieuze verdenkingen.
Eiser betwistte de beschuldigingen en voerde aan zelf slachtoffer te zijn, met steun van foto’s, verklaringen van huisarts en buren. De rechtbank oordeelt dat het strafrechtelijk onderzoek niet ondeugdelijk was en dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de betrouwbaarheid van eiser niet boven twijfel verheven is.
Verweerder mocht de aangifte, het proces-verbaal en verklaringen van echtgenote en getuigen meewegen, ook al had de echtgenote zich later op verschoningsrecht beroepen. De rechtbank concludeert dat een serieuze verdenking van poging zware mishandeling bestaat, wat voldoende grond is voor weigering van toestemming.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.