Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: op 23 september 2020)was ik op de fiets te [plaatsnaam 2] . Er kwam een man aan. Ik pakte mijn slot.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
stoornis zonder beperkingen van de taal en zonder beperkingen in de intelligentie.
8.OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:
- verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
- verdachte werkt mee aan reclasseringstoezicht, welke medewerking onder andere het volgende inhoudt:
- verdachte werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt, welke time-out maximaal 7 weken duurt, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar;
- verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van het Openbaar Ministerie;
- verdachte laat zich opnemen in [instelling 2] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, welke opname start bij aanvang van de maatregel en welke opname zolang duurt als de reclassering en kliniek nodig achtten, waarbij verdachte zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling en waarbij het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van de behandeling;
- verdachte laat zich behandelen door [instelling 1] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, welke behandeling start aansluitend aan de klinische opname en duurt zolang de reclassering dat nodig vindt en waarbij verdachte zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de
- behandeling, waarbij het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van de behandeling en waarbij verdachte meewerkt aan de indicatie en plaatsing, als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt;
- verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de justitiële instantie die hiervoor verantwoordelijk is, welk verblijf enkel zal worden aangevraagd als tijdens het toezicht blijkt dat dit geïndiceerd is en welk verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt, waarbij verdachte zich houdt aan huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem/haar heeft opgesteld;
- verdachte werkt mee aan financiële hulpverlening indien dit geïndiceerd is, waarbij verdachte de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en schulden;
- verdachte werkt mee aan een traject gericht op het vinden en behouden van dagbesteding, waarbij verdachte niet verandert van dagbesteding zonder toestemming van de reclassering;
- beveelt dat de voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;
- geeft opdracht aan Reclassering Nederland om de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor de schade ten gevolge van het meer subsidiair ten laste gelegde feit toe tot een bedrag van € 1.608,80;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 1.608,80 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 26 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.