Eiser maakte bezwaar tegen een terugvorderingsbesluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 8 november 2011, waarop op 1 mei 2012 reeds een beslissing op bezwaar was genomen. In 2020 diende eiser opnieuw bezwaar in, maar het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. Eiser stelde vervolgens beroep in tegen deze verklaring.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van 26 maart 2020 te laat is ingediend, omdat op 1 mei 2012 al een besluit op bezwaar was genomen. Het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat niet toe dat eenzelfde besluit twee keer in bezwaar wordt genomen; na de bezwaarprocedure kan alleen beroep worden ingesteld.
Verder werd vastgesteld dat de gemachtigde van eiser in 2011 bevoegd was om het bezwaar in te dienen en dat het besluit op bezwaar haar had bereikt. De rechtbank volgt het standpunt van het UWV dat het bezwaar van 2020 niet ontvankelijk is en verklaart zich daarom onbevoegd om het beroep te behandelen.
Eiser krijgt geen gelijk en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 21 juli 2021.