Eiseres heeft beroep ingesteld tegen twee bestreden besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen betreffende de definitieve berekening van zorgtoeslag over de jaren 2016 en 2017. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beroepen te laat zijn ingediend, namelijk buiten de wettelijke termijn van zes weken. Eiseres gaf als reden voor de late indiening op dat zij eerst documenten moest opvragen, maar dit werd niet als verschoonbaar beoordeeld.
Daarnaast richtte een van de beroepen zich op een brief van de Belastingdienst waarin een betalingsachterstand werd medegedeeld. De rechtbank oordeelde dat deze brief geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat het een feitelijke mededeling betreft zonder rechtsgevolg. Hierdoor is tegen deze brief geen bezwaar of beroep mogelijk.
De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De Belastingdienst heeft toegezegd de griffierechten van eiseres te vergoeden vanwege de onduidelijkheid over terugbetalingsverplichtingen. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.J. Sprakel op 3 augustus 2021.