ECLI:NL:RBMNE:2021:3643

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 augustus 2021
Publicatiedatum
3 augustus 2021
Zaaknummer
UTR 20/4478
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit in e-mailbericht over huisnummeringsverzoek

Eisers hebben een verzoek ingediend voor extra huisnummering voor twee adressen. Verweerder stuurde een e-mail waarin werd aangegeven dat de aangeleverde tekeningen onvoldoende waren. Eisers zagen dit als een afwijzing of weigering om een besluit te nemen en dienden beroep in.

De rechtbank oordeelt dat het e-mailbericht geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar slechts een informatieve mededeling. Er is geen sprake van een schriftelijke beslissing met publiekrechtelijke werking.

Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eisers kunnen binnen zes weken in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het e-mailbericht is niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen besluit is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4478

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2021 in de zaak tussen

[eisers] , te [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: [gemachtigde] )
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Brouwers).

Procesverloop

Bij brief van 8 oktober 2020 hebben eisers verzocht om extra huisnummering voor de adressen [adres 1] en [adres 2] te [plaats] (het verzoek).
Per e-mailbericht van 17 november 2020 is namens verweerder aangegeven dat de aangeleverde tekeningen bij het verzoek onvoldoende zijn.
Bij brief van 17 november 2020 hebben eisers verweerder in gebreke gesteld, en een bezwaarschrift ingediend wegens het afwijzen van het verzoek, dan wel het niet nemen van een besluit op het verzoek.
Bij brief van 8 december 2020 heeft verweerder het bezwaarschrift van eisers doorgezonden naar de rechtbank voor behandeling van het bezwaar als rechtstreeks beroep.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft via Skype for Business plaatsgevonden op 15 juli 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Omvang van het geschil
1. Ter zitting is vastgesteld dat onderhavige beroep alléén gaat over het deel van de door verweerder aan de rechtbank doorgestuurde brief van eiser van
17 november 2020 met betrekking tot zijn bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek, dan wel de weigering om een beslissing te nemen op het verzoek. Dit beroep gaat dus niet over het deel van de brief van eiser van 17 november 2020 met betrekking tot de ingebrekestelling.
2. Ter zitting is verder besproken dat dit beroep ook niet gaat over:
- de drie besluiten van verweerder van 23 november 2020;
- de bezwaarschriften van 4 januari 2021, die eveneens door verweerder aan de rechtbank zijn doorgestuurd;
- overige in het dossier aangetroffen besluiten;
- het door eiser bij de rechtbank ingediende beroep met kenmerk UTR 21 / 2789.
3. De rechtbank zal dan ook in onderhavige uitspraak alleen het beroep van eiser beoordelen dat ziet op het bezwaar van eisers tegen de afwijzing van het verzoek, dan wel de weigering om een beslissing te nemen op het verzoek.
Standpunten partijen
4. Eisers standpunt is dat met het e-mailbericht van 17 november 2020 zijn aanvraag is afgewezen, dan wel dat met het e-mailbericht wordt geweigerd om een beslissing te nemen.
5. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat het e-mailbericht van
17 november 2020 niet aan te merken is als een afwijzing van het verzoek, of als weigering om een besluit te nemen, waardoor eisers niet-ontvankelijk zouden moeten zijn in beroep. Op 16 februari 2021 is inhoudelijk een besluit genomen op het verzoek van eisers.
Oordeel van de rechtbank
6. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder een besluit verstaan ‘een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling’.
7. De rechtbank is van oordeel dat het e-mailbericht van verweerder van
17 november 2021 niet is aan te merken als een besluit als in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het e-mailbericht heeft slechts een informatief karakter. Het informeert de geadresseerde dat de door hem aangeleverde tekeningen niet voldoende zijn en hoe de tekeningen wel kunnen voldoen aan de van toepassing zijnde vereisten. Het bevat geen afwijzing van de aanvraag van eisers. Ook volgt uit het e-mailbericht niet dat verweerder zal weigeren om een besluit te nemen. In het e-mailbericht kan geen op rechtsgevolg gerichte handeling worden gelezen. Het rechtstreekse beroep tegen het e-mailbericht van
17 november 2020 zal de rechtbank daarom niet-ontvankelijk verklaren.
8. Het beroep is niet-ontvankelijk.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 2 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.
De rechter is verhinderd om
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.