5.2.De rechtbank kan deze redenering van verweerder niet volgen. Nog daargelaten dat de verkoop uit 2008 lang geleden is en dat deze in beginsel niet gebruikt kan worden als referentiewoning ter onderbouwing van de waarde van eisers woning, heeft verweerder geen gegevens verschaft over de verkoop van [adres 2] . Verweerder heeft het transactiecijfer niet onderbouwd en heeft bovendien niet inzichtelijk gemaakt in welke staat dit appartement destijds is verkocht. Verweerder heeft evenmin inzichtelijk gemaakt hoe verweerder uit de meeropbrengst van € 70.000,- á € 80.000,- voor nummer [adres 2] tot een bedrag van € 45.000,- voor het dakterras van de woning is gekomen. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling dat de balkons tegen elkaar kunnen worden weggestreept, omdat eisers woning geen balkon heeft maar een dakterras.
6. Het beroep is gegrond en de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd.
7. De rechtbank moet vervolgens beoordelen of eiser de door hem voorgestane waarde aannemelijk maakt. Om een lagere waarde te onderbouwen, verwijst eiser naar het door hem ingebrachte taxatierapport, opgemaakt door taxateurs [taxateur 2] en [taxateur 3] op
30 maart 2020. De rechtbank stelt vast dat een herleiding van de waarde van de woning uit de verkoopcijfers van de door eiser aangedragen woningen ontbreekt in het taxatierapport. Uit de enkele verkoopcijfers van deze woningen kan dan ook niet worden afgeleid dat verweerder de waarde te hoog heeft vastgesteld.
8. Partijen hebben de waardes die zij voorstaan beiden niet aannemelijk gemaakt. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden zal de rechtbank de waarde schattenderwijs vaststellen op € 415.000,-. De rechtbank zal verder bepalen dat verweerder de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig vermindert.
9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.598,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting met een waarde per punt van € 265,- en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 534,-, met wegingsfactor 1).
11. De kosten van het door eiser ingebrachte taxatierapport worden vergoed op basis van de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties. Uitgaande van een woning stelt de rechtbank deze kosten vast op € 128,26 (2 uur x € 53,- + 21% BTW).