ECLI:NL:RBMNE:2021:3655
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op terugwerkende kracht partnertoeslag AOW wegens ontbreken bijzonder geval
Eiser had een toeslag op zijn AOW-pensioen aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf 30 juni 2014, omdat zijn partner sinds die datum geen inkomen meer had. Verweerder kende de toeslag slechts met terugwerkende kracht van één jaar toe, conform het beleid dat alleen in bijzondere gevallen een langere terugwerkende kracht toestaat.
Eiser stelde dat hij verschoonbaar niet bekend was met zijn recht op de toeslag en door ernstige medische problemen niet tijdig een aanvraag kon indienen. De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk tijdig geïnformeerd was over zijn mogelijke recht en dat het niet aan verweerder is om jaarlijks te informeren of het gezinsinkomen te controleren.
Ook was onvoldoende aannemelijk dat eiser door omstandigheden geheel niet in staat was om de aanvraag te doen of hulp in te schakelen. De rechtbank concludeerde dat het beleid van verweerder consistent is toegepast en dat geen bijzonder geval aanwezig is.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen verdere terugwerkende kracht toegekend dan één jaar vanaf de aanvraagdatum. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de beperkte terugwerkende kracht van de AOW-partnertoeslag wordt ongegrond verklaard.