Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere, waarin zijn aanvraag voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet werd afgewezen. Het primaire besluit dateert van 4 juni 2020, het bestreden besluit van 10 juli 2020. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld op ontvankelijkheid.
De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit op 11 juli 2020 bekend is gemaakt aan eiser, zoals blijkt uit het track & trace bewijs van aangetekende verzending. Eiser heeft geen feiten aangevoerd die twijfel rechtvaardigen over de ontvangst op die datum. Het beroepschrift had uiterlijk op 24 augustus 2020 ontvangen moeten zijn, maar werd pas op 21 september 2020 ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de te late indiening niet gerechtvaardigd is, aangezien eiser zijn stelling over de coronacrisis en het ontbreken van ontvangstbevestiging niet heeft onderbouwd. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank doet geen inhoudelijke uitspraak over het beroep. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.