Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2021 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Toetsing aan artikel 3.16 van het Arbobesluit
1. Bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat is zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aangebracht of is het gevaar tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen.
[…]
Nadere motivering van het bestreden besluit
Deskundigenverslag
De StAB concludeert dat de rekenmethode die [adviesbureau] gebruikt niet geschikt is voor een onderbouwing van de situatie als bedoeld in artikel 3.16, vijfde lid, van het Arbobesluit. De risicoscores van Kinney en Wiruth zijn bedoeld als hulpmiddel om risico’s per werktaak te kunnen vergelijken. Je kunt geen risico voor een totale werkwijze halen uit de optelsom van risicoscores van de verschillende werkwijzen. Afzonderlijke risicoscores mag je volgens de StAB niet optellen, want zij vertegenwoordigen slechts een relatieve score. Dat heeft [adviesbureau] ten onrechte wel gedaan. Er is geen specifieke (reken)methode die volgens de StAB wel gebruikt zou kunnen worden voor het bepalen of een situatie als bedoeld in artikel 3.16, vijfde lid, van het Arbobesluit aan de orde is. De StAB stelt verder dat [adviesbureau] voor de uitwerking van de eis tot naleving dichtbij de huidige eigen werkwijze van eiseres is gebleven, terwijl er meer methodes denkbaar zijn die verder afliggen van de huidige werkwijze van eiseres, maar een groter effect hebben op de afname van risico’s van het werken op hoogte. Er zijn mogelijkheden die kunnen leiden tot een betere toepassing van leuningwerk dan in het rapport van [adviesbureau] staan vermeld. Een onderzoek hiernaar past binnen de arbeidshygiënische strategie van eiseres. Dat het aanbrengen van collectieve voorzieningen in dit geval een ‘groter gevaar’ oplevert in de zin van lid vijf, volgt de StAB dus niet. Daarbij heeft de StAB voorbeelden genoemd van collectieve voorzieningen die toepasbaar zouden kunnen zijn om aan de eis van artikel 3:16, eerste lid, van het Arbobesluit te voldoen.
Het betoog slaagt niet.
De rechtbank kan echter wel beoordelen of wat eiseres naar voren heeft gebracht, doet twijfelen aan het door deze deskundigen ingenomen standpunt. Wat eiseres naar voren heeft gebracht is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet voldoende voor die twijfel. De methode van Kinney en Wiruth is in 1971 door Fine ontworpen en is, zo heeft professor [D] tijdens de zitting toegelicht, gebruikt in sociaal arbeidsland en is kennelijk afkomstig uit het Amerikaanse leger. Het is bedoeld voor de prioritering van de verschillende risico’s. Daarvan heeft professor [D] voorbeelden gegeven. Niet is gebleken dat deze methode óók kan worden toegepast in een situatie als hier voorligt, waar het erom gaat om te bepalen wat een ‘groter gevaar’ in de zin van artikel 3.16, vijfde lid, van het Arbobesluit is. De StAB heeft in de reactie van 29 september 2020 namelijk gesteld dat de rekenmethode zoals toegepast door [adviesbureau] in deze situatie niet toepasbaar is, waarbij zij erop heeft gewezen dat in de risicobeoordeling van [adviesbureau] de toegekende wegingsfactoren afhankelijk zijn van degene die de waardering toekent. Daarbij heeft zij ook opgemerkt dat er bij de uitgevoerde berekening vraagtekens zijn te zetten bij deze toegekende wegingsfactoren. Dat deze conclusie van de StAB niet gevolgd kan worden, heeft eiseres niet voldoende onderbouwd. De rechtbank volgt dus de eigen deskundige en is er niet van overtuigd dat de rekenmethode van Kinney en Wiruth hier kan worden toegepast op de manier waarop [adviesbureau] dat heeft gedaan.
Beoordeling aan de hand van scenario’s
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit: