ECLI:NL:RBMNE:2021:3692

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 juli 2021
Publicatiedatum
4 augustus 2021
Zaaknummer
21/49
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet tijdig ingebrekestelling

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de heffingsambtenaar van de gemeente Almere. Nadat verweerder alsnog op 15 januari 2021 een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om een proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt vast dat een proceskostenvergoeding in principe toegekend wordt als het bestuursorgaan tegemoetkomt na intrekking van het beroep.

Echter, de rechtbank constateert dat verzoekster verweerder voorafgaand aan het beroep niet schriftelijk in gebreke heeft gesteld, wat een vereiste is volgens artikel 6:12, tweede lid, Awb. Er zijn geen omstandigheden die dit redelijkerwijs onnodig maakten. Tevens blijkt uit de intrekking niet dat verweerder aan de bezwaren tegemoet is gekomen.

Daarom oordeelt de rechtbank dat het beroep ten onrechte is ingetrokken en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 21 juli 2021.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van voorafgaande ingebrekestelling en geen tegemoetkomen door verweerder.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/49

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoekster omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar.
Op 15 januari 2021 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het bezwaar.
Verzoekster heeft vervolgens haar beroep ingetrokken en verzoekt nu om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verweerder heeft op dit verzoek gereageerd.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (verzoekster) is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
2. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken nadat verweerder alsnog een besluit heeft genomen. In principe is in zo’n geval sprake van ‘tegemoetkomen’ als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb en moet in de regel een proceskostenvergoeding worden toegekend. Maar de rechtbank vindt dat dat in deze zaak anders is. Zij legt hierna uit waarom zij dat vindt.
3. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, kan een beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
4. De rechtbank stelt vast dat verzoekster verweerder voorafgaand aan het beroep van
4 januari 2021 niet in gebreke heeft gesteld, maar dat is dus wel vereist. Het is de rechtbank niet gebleken dat er sprake is van omstandigheden waarin dit redelijkerwijs niet van verzoekster kon worden gevergd.
5. Verzoekster heeft dus ten onrechte beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar ingetrokken. De rechtbank zal daarom het verzoek om een proceskostenvergoeding in deze zaak afwijzen.
6. Verder merkt de rechtbank op dat verzoekster haar beroep niet heeft ingetrokken omdat verweerder is tegemoetgekomen aan haar bezwaren zodat er geen sprake is van tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt ook om die reden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om veroordeling in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 21 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.