Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de heffingsambtenaar van de gemeente Almere. Nadat verweerder alsnog op 15 januari 2021 een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om een proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt vast dat een proceskostenvergoeding in principe toegekend wordt als het bestuursorgaan tegemoetkomt na intrekking van het beroep.
Echter, de rechtbank constateert dat verzoekster verweerder voorafgaand aan het beroep niet schriftelijk in gebreke heeft gesteld, wat een vereiste is volgens artikel 6:12, tweede lid, Awb. Er zijn geen omstandigheden die dit redelijkerwijs onnodig maakten. Tevens blijkt uit de intrekking niet dat verweerder aan de bezwaren tegemoet is gekomen.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het beroep ten onrechte is ingetrokken en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 21 juli 2021.