ECLI:NL:RBMNE:2021:3724
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter wegens vermeende vooringenomenheid rondom de beslissing om de zaak te verwijzen naar de meervoudige kamer. Verzoeker stelde dat de rechter geen interesse toonde in het standpunt van zijn raadsman en de zaak op het geplande tijdstip wilde behandelen ondanks vertraging.
De rechter gaf aan dat de raadsman de mogelijkheid had om het standpunt op zitting naar voren te brengen en dat geen verzoek tot aanhouding was ingediend. Bovendien trok de officier van justitie de dagvaarding in, waardoor er geen zaak meer tegen verzoeker was.
De wrakingskamer overwoog dat procesbeslissingen, zoals het verwijzen naar een meervoudige kamer, geen gronden voor wraking vormen tenzij sprake is van objectief gerechtvaardigde vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De kamer concludeerde dat de rechter onpartijdig was en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond.
De beslissing werd door de wrakingskamer op 30 juli 2021 in het openbaar uitgesproken en is niet meer aan beroep onderhevig.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve vooringenomenheid.