ECLI:NL:RBMNE:2021:3728
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op Wob-verzoek door Immigratie- en Naturalisatiedienst
Eiseres heeft op 14 juli 2020 een verzoek ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder ontving het verzoek op 16 juli 2020 en had uiterlijk op 13 augustus 2020 moeten beslissen. Hoewel eiseres akkoord ging met een verlenging van vier weken op 20 augustus 2020, was deze verlenging niet tijdig aangevraagd, waardoor de beslistermijn niet rechtsgeldig is verlengd.
Na het verstrijken van de beslistermijn heeft eiseres verweerder op 22 september 2020 in gebreke gesteld. Verweerder heeft vervolgens geen besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet verweerder tevens het griffierecht van € 354,- aan eiseres vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend omdat eiseres deze niet heeft gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen en een dwangsom te betalen.