4.3Het oordeel van de rechtbank
Getuige [benadeelde 1] verklaarde als volgt.
‘Op 24 november 2020 ben ik samen met mij man, [slachtoffer] , onze hond uit gaan laten.We zijn ons huis aan [straat] te [woonplaats] uit gelopen. Voordat wij de oprit waren uitgelopen, kwam het busje aanrijden met volle snelheid. Toen zijn wij de 15e straat in gelopen. Daar zagen wij dat busje staan. Die was al gekeerd zodat hij makkelijk de wijk kon uitrijden. De lichten stonden aan en de motor was ook nog draaiend. Mijn man zag de man die een pakketje had bezorgd rechtsboven bij een bovenwoning, waarop mijn man zegt: “Hee gozer, kun je niet ff normaal rijden in de wijk?’’ Op dat moment loopt de pakketbezorger het trappetje naar beneden en toen zei hij tegen mijn man: “Wat zeg je?” Mijn man zei: “Kun je niet wat normaler rijden?” Toen gaf de verdachte aan: “Hoezo ik rijd toch 30 km?” Waarop mijn man zei: “Je rijdt echt een stuk harder”. Waarop de bezorger zei: “40 dan?” Toen zei mijn man: “Je rijdt wel bijna 70/80 km. Je rijdt hartstikke hard. Ik vraag alleen of je wat rustiger wil rijden in de woonwijk”. Toen begon de woordenwisseling. Ik zei: “Kom we lopen verder, maak maar een foto van het kenteken, dan kunnen wij wel achterhalen voor wie hij werkt en dan kunnen we dat aan zijn baas doorgeven”. Mijn man loopt met de hond naar de voorkant van de auto en zijn telefoon had hij in tussentijd uit zijn jaszak gehaald. Op dat moment stapt de verdachte in. Op het moment dat mijn man er voor staat, bukt hij een beetje voor de auto om de foto te maken en toen gaf de verdachte in eenkeer vol gas. Waarop mijn man op de motorkap belandde.Het busje remde nadat mijn man 30 of 40 meter op de motorkap was meegenomen. Dat ging in volle vaart. Toen moest hij remmen om de bocht te nemen om de wijk uit te gaan. Op dat moment hoorde ik dat er iets op de grond belandde. Ik hoorde ook geluid alsof er iemand heel hard over een drempel ging, dat zag ik ook aan het busje. Dat was op het moment dat hij achteruit reed. Later, toen hij links de straat uit reed om de wijk uit te rijden, heb ik het nog een keer gezien en gehoord.’
Getuige [getuige 1] verklaarde als volgt
‘Ik was in mijn woning en hoorde twee mannen bekvechten. Ik ging naar het raam toe om te kijken wat er aan de hand was. Daar zag ik een bestelbusje staan, schuin tegenover mijn woning, aan de overkant van de weg. Er stonden daar twee mannen die aan het bekvechten waren.Het busje stond met zijn neus de wijk uit. Het slachtoffer wees de dader op zijn rijgedrag in de wijk. Het waren voornamelijk scheldwoorden. Toen gaf het slachtoffer de dader een duw met een licht handgebaar. Toen liep de man iets terug voor de auto langs. Hij zei: “Ik maak een foto voor je baas, ik meld het aan je baas.” Op het moment dat het slachtoffer voor de auto langs liep, stapte de verdachte in. En toen gaf hij flink gas. Toen zag ik het slachtoffer eerst op de motorkap liggen. Ik denk dat hij een meter of 5 verder vanaf dat punt onder de auto sloeg. Dat heb ik zien gebeuren, dat hij van de motorkap afgleed op de weg. Toen ik dat zag, zag ik het busje iets omhoog komen en dat is het laatste punt dat ik gezien heb, want toen ben ik in paniek naar beneden gerend.
Het slachtoffer heeft even op de motorkap gelegen en hij is uiteindelijk onder de auto geslagen. Hij is ook onder de auto meegesleurd.Toen ik zag dat het busje omhoog kwam, dat was alweer een aantal meters verder, toen ben ik naar beneden gegaan.
Het slachtoffer stond op het moment dat gas werd gegeven nog iets door zijn knieën gezakt. Het ging zo snel dat hij daar niet op kon reageren. De afstand tussen het slachtoffer en de auto was een halve meter/een meter. Hij stond dichtbij.De bestuurder had hem niet kunnen ontwijken met welke stuurbeweging dan ook.’
Getuige [getuige 2] verklaarde als volgt.
‘Ik was in mijn woonkameren hoorde gebekvecht. Ik keek eerst uit mijn raam en toen zag ik een wit busje staan en twee mensen die aan het bekvechten waren. Toen ben ik naar het balkon gelopen. Toen zag ik dat het [benadeelde 1] en [slachtoffer] waren. Er zat 1 persoon in het busje. [slachtoffer] stond voor het busje en hij maakte een foto op dat moment. Hij had zijn telefoon vast. De auto trok vol op en [slachtoffer] kwam op de motorkap. Hij probeerde zich aan de motorkap vast te houden. Ik zag dat [slachtoffer] er af viel. Dit heb ik niet allemaal gezien terwijl ik op het balkon stond, want toen hij optrok en [slachtoffer] op de motorkap lag, ben ik gelijk naar beneden gerend. Toen ik beneden aankwam, zag ik nog net dat [slachtoffer] van de auto afrolde aan de voorzijde. Het busje reed nog een stuk door, toen stond hij 2 seconden stil en reed hij achteruit er vol overheen.
Ik heb gezien dat het busje twee keer over [slachtoffer] heen reed.
Het busje reed 3,5 a 4 meter door nadat hij over [slachtoffer] heen gereden was. Op dat moment heb ik [slachtoffer] zien liggen achter het busje.
Daarna zag ik het busje achteruit rijden en dat was opnieuw over [slachtoffer] heen. Met het linker voor- en achterwiel, heen en terug.
Voordat [slachtoffer] van de motorkap afrolde of daarvoor heb ik totaal niet iets gezien van snelheidsvermindering bij de auto. Hij bleef vol gas doorrijden.’
Getuige [getuige 3] verklaarde als volgt.
‘Ik kwam ‘s avonds de straat in rijden met mijn vriendin. Ik zette de auto voor de deur van de onderbuurvrouw neer. Toen stapten we uit en toen hoorde ik wat geschreeuw, maar dat was om de hoek en niet in mijn gezichtsveld. Ik hoorde een auto gas geven en een vrouw hard gillen. Toen zag ik de witte Caddy de hoek om komen. Ik stond toen al boven. Toen zag ik de Caddy nog een keer achteruit rijden. Toen hij weg wilde rijden, zag ik dat hij ergens overheen reed. Dat kun je zien door hoe de auto bewoog en inveerde. Het zag er uit alsof je voor het stoplicht staat en de auto staat nog in z’n 3 in plaats van in z’n 1 en dan probeer je weg te rijden, alsof je ergens over heen rijdt. Toen was de auto de straat uit.Ik zei net dat op enig moment de auto iets omhoog leek te komen toen hij weg reed.
Nadat hij naar achter gereden was en toen hij weer naar voren reed. Ik kon zien dat de auto ergens overheen reed, dat kun je zien, dat hij schokt als het ware. Ik kon de Caddy in zijn geheel waarnemen toen hij weg reed. Ik zag dat de auto schokte toen hij weg reed dus dat hij ergens over heen reed, maar niet speciaal het achterwiel. Daar heb ik mij niet op gefocust. Ik heb die beweging die de auto zou maken maar een keer waargenomen. Alleen toen hij weg reed, de laatste rijbeweging. Toen gaf hij meer gas, je hoorde meer toeren, zoals ik eerder beschreef als je in je 3 staat voor het stoplicht en daarbij zag ik dus die beweging van omhoog komen. De auto schokte.
Forensisch onderzoek ter plaatse
Bij meting is gebleken dat de afstand vanaf de plaats waar de auto van verdachte geparkeerd stond tot aan de plaats van neerkomen van het slachtoffer op de straat ongeveer 35 - 38 meter is.
We zagen dat op het wegdek een sleep/veegspoor was afgetekend, in de richting van de eindpositie van het slachtoffer en startend ter hoogte van huisnummer [nummer] .Dit veegspoor op het wegdek is visueel weergegeven in een tekening van de plaats delict op een schaal van 1:125, waarbij het groene vlak het veegspoor is.
Pathalogieonderzoek
Er is pathologisch onderzoek gedaan aan het lichaam van [slachtoffer] , geboren [1978] . Hierbij werd het volgende geconstateerd.
De sectie betrof een blanke man met tekenen van recent medisch handelen en zeer uitgebreide uit- en inwendige letsels aan de romp, het hoofd en de ledematen. Deze letsels zijn alle ontstaan door een hevige stomp botsende, mogelijk deels comprimerende krachtsinwerking. Deze krachtsinwerking moet, gezien de aanwezigheid van de botbreuken en de uitgebreidheid van de inwendige letsels, ten minste ten dele zeer hevig of hoogenergetisch zijn geweest. De letsels toonden uitgebreide bloeduitstorting en zijn derhalve bij leven opgeleverd.
Bij de letsels aan de romp waren er onder andere verscheuringen van beide longen, het middenrif, de lever, de linkernier, de weke delen in het kleine bekken en meerdere botbreuken, waaronder vrijwel alle ribben met verplaatsing van breukdelen. De ribbreuken en verscheuringen van de longen en het middenrif hebben geleid tot ernstige ademhalings- en longfunctiestoornissen. De hierboven genoemde letsels aan organen inclusief de uitgebreide breuken en letsels van de ledematen en hoofd/aangezicht hebben geleid tot ernstig bloedverlies. De uitgebreide krachtsinwerking op het hoofd kan tot bewusteloosheid hebben geleid. De krachtsinwerking op het hoofd heeft echter volgens de neuropatholoog niet tot aantoonbare hersenschade geleid.
Conclusie
Het overlijden van [slachtoffer] , wordt verklaard door de verwikkelingen van zeer hevig/hoogenergetisch stomp botsende, mogelijk (deels) comprimerende krachtsinwerking. Dit past volledig bij de aangeleverde informatie, namelijk dat hij enkele malen aan-/overreden zou zijn met een voertuig.
Verklaring verdachte
Verdachte heeft ter zitting van 19 juli 2021 verklaard dat hij het slachtoffer voor zijn auto zag staan op een afstand van ongeveer 1 meter en dat hij toen flink gas gaf. Hij zag dat het slachtoffer op zijn motorkap terecht kwam, op de motorkap bleef liggen, er toen vanaf gleed en onder de auto terecht kwam. Hij voelde dat hij over het slachtoffer heen reed. Hij weet niet of hij vervolgens meermalen (achteruit en weer vooruit) over het slachtoffer is heen gereden, maar dat zou wel kunnen. Verdachte heeft verklaard dat hij boos was op dat moment.
De standpunten van de officier van justitie en de raadsman
Zowel de officier van justitie als de raadsman hebben de gebeurtenis opgedeeld in verschillende afzonderlijke momenten.
De officier van justitie komt tot vier momenten, te weten het inrijden op het slachtoffer, het doorrijden met het slachtoffer op de motorkap, het overrijden nadat het slachtoffer van de motorkap is gevallen en het achteruit rijden om de bocht te kunnen nemen en daarbij opnieuw het slachtoffer te overrijden. De officier van justitie is van oordeel dat verdachte telkens opnieuw een wilsbesluit nam om te handelen, zoals hij handelde en dat telkens sprake was van vol opzet op die handelingen en daarmee op de dood van het slachtoffer.
De raadsman komt tot drie momenten, te weten het moment van de aanrijding, het moment dat het slachtoffer op de motorkap lag en verdachte doorreed en het moment dat verdachte achteruit reed om de bocht te kunnen maken. De raadsman is van oordeel dat bij verdachte op geen van deze momenten sprake was van opzet, al dan niet in de voorwaardelijke zin, op de dood van het slachtoffer.
Het oordeel van de rechtbank
Uit de inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien volgt dat na een woordenwisseling over het rijgedrag van verdachte het slachtoffer op ongeveer een meter voor de auto van verdachte ging staan, dat verdachte op dat moment in zijn auto stapte - waarvan de motor nog draaide - en direct vol gas gaf. Het slachtoffer kwam hierdoor op de motorkap terecht en werd door de auto meegesleurd. De rechtbank trekt op basis van de hiervoor genoemde tekeningde conclusie dat het slachtoffer zeker twee keer de lengte van de bestelbus is meegesleurd. Ondanks dat het slachtoffer zich probeerde vast te houden aan de auto, gleed hij na enige tijd van de motorkap af en kwam hij onder de auto van verdachte terecht. Verdachte overreed het slachtoffer hierbij. Kort daarna stopte verdachte en reed hij met zijn auto vol gas achteruit. Hierbij overreed hij het slachtoffer opnieuw. Vervolgens gaf verdachte weer vol gas vooruit en nam met zijn auto de bocht naar links, teneinde de wijk uit te rijden. Hierbij overreed hij het slachtoffer voor de derde maal.
De rechtbank is van oordeel dat deze ontstellende gebeurtenis zich niet leent om ontrafeld te worden in meerdere wilsmomenten, zoals door de officier van justitie en de raadsman is betoogd. Het gebeurde allemaal heel snel, binnen een tijdsbestek van enkele seconden, zoals verdachte ook meermalen op zitting verklaarde. Dit maakt dat de rechtbank de (juridische) vaststelling van wat er is gebeurd, als één feitencomplex ziet en ook als zodanig zal beoordelen.
Gelet op de uiterlijke verschijningsvormen van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte daadwerkelijk de bedoeling had om het slachtoffer van het leven te beroven. Dat betekent dat er sprake is van ‘boos’ dan wel ‘vol’ opzet.
Verdachte heeft immers met zijn auto vanuit stilstand vol gas gegeven terwijl het slachtoffer een meter voor de auto stond, waarna het slachtoffer op de motorkap terecht kwam, er vervolgens van afgleed en onder de auto van verdachte kwam waarbij hij werd overreden. Dat verdachte de bedoeling had om met zijn auto om het slachtoffer heen te rijden, zoals hij ter zitting heeft verklaard, acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk en, gezien de positie van het slachtoffer in combinatie met het geven van veel gas bij het optrekken zelfs feitelijk onmogelijk. Ook heeft verdachte op geen enkel moment geremd of gas geminderd terwijl hij zag dat het slachtoffer zich op zijn motorkap bevond. Nadat verdachte éénmaal met zijn auto over het slachtoffer reed, is verdachte vervolgens nóg tweemaal vol gas over het slachtoffer heen en weer gereden. Op basis van de uiterlijke verschijningsvormen van dit geheel aan handelen (en niet handelen) van verdachte, staat het voor de rechtbank vast dat verdachte de bedoeling had om het slachtoffer te doden en heeft hij daarvoor zijn auto als wapen gebruikt.
Hiermee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van feit 1 primair, de doodslag van [slachtoffer] .
Feit 2
Het feit is wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
- een proces-verbaal van aanhouding van verdachte;
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 juli 2021.