Eiser diende een bezwaarschrift in tegen een besluit van de burgemeester van Zeist en stelde verweerder op 20 oktober 2020 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De beslistermijn bedroeg twaalf weken, omdat een adviescommissie was betrokken, en liep tot uiterlijk 20 oktober 2020.
De rechtbank oordeelt dat een ingebrekestelling pas kan plaatsvinden na het verstrijken van de beslistermijn. Omdat eiser de ingebrekestelling op de dag van afloop van de termijn stuurde, was deze prematuur en daarmee niet geldig. Zonder een geldige ingebrekestelling kan geen beroep worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier N.J.R. Kalaykhan op 21 april 2021.