ECLI:NL:RBMNE:2021:3782
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake AVG inzageverzoek wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een inzageverzoek ingediend op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) dat deels is toegewezen door de Minister van Financiën. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om volledige inzage te verkrijgen, onder dreiging van een dwangsom.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst of er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoeker stelt dat vanwege een aanstaande strafzaak in mei en juni 2022 spoedeisend belang bestaat. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat deze data nog ver in de toekomst liggen en dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat onomkeerbare omstandigheden zich voordoen die onmiddellijke voorziening rechtvaardigen.
Daarnaast is onderzocht of het bestreden besluit evident onrechtmatig is, hetgeen inhoudt dat zonder diepgaand onderzoek het besluit zeer ernstig betwijfeld moet kunnen worden. Dit is niet het geval op basis van de overgelegde stukken.
Daarom is het verzoek tot voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en niet evident onrechtmatig besluit.