ECLI:NL:RBMNE:2021:3798
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op Wob-bezwaar door gemeente Utrecht
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 30 september 2020 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na afloop van de bezwaartermijn beslist op het bezwaar. Eiser heeft verweerder vervolgens in gebreke gesteld, waarna de rechtbank het beroep van eiser behandelde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding aan eiser.
De rechtbank benadrukt dat op grond van artikel 15 Wob Pro de dwangsomregeling van de Awb niet van toepassing is op besluiten en bezwaarschriften op grond van de Wob, maar desondanks wordt een dwangsom opgelegd. Het beroep wordt derhalve gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de gemeente Utrecht binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom en veroordeling in proceskosten.