ECLI:NL:RBMNE:2021:3806
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in Jeugdwetzaak
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om zijn aanvraag op grond van de Jeugdwet niet in behandeling te nemen. Hij stelde dat het spoedeisend belang lag in het feit dat hem niet werd toegestaan zijn kinderen te zien.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de Jeugdwet niet bedoeld is om omgangsregelingen tussen ouders en kinderen te regelen en vroeg verzoeker om het spoedeisend belang nader te onderbouwen. Verzoeker verwees naar een zorgmelding over psychische kindermishandeling uit 2018, maar gaf geen concrete onderbouwing waarom de uitspraak niet kon worden afgewacht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele verwijzen naar de zorgmelding onvoldoende is om spoedeisend belang aan te nemen. Ook was het verzoek niet bedoeld om de beroepszaak te bespoedigen. Omdat er geen spoedeisend belang was en het bestreden besluit niet evident onrechtmatig was, werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.