Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om kwijtschelding van een belastingaanslag door het Bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep behandeld zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank heeft overwogen dat op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep kan worden ingesteld tegen bestuursbesluiten, maar dat de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bepaalt dat tegen besluiten op grond van de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a, geen beroep mogelijk is.
De bestreden uitspraak is genomen op basis van artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierdoor is de bestuursrechter onbevoegd om het beroep te behandelen. Eiser kan alleen via de burgerlijke rechter een vordering instellen als hij het niet eens is met de afwijzing van zijn verzoek.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 4 augustus 2021.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding.