ECLI:NL:RBMNE:2021:3819

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 augustus 2021
Publicatiedatum
11 augustus 2021
Zaaknummer
21/557
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Invorderingswet 1990Art. 7 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990Art. 25 Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990Art. 8:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen afwijzing kwijtschelding belastingaanslag

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om kwijtschelding van een belastingaanslag door het Bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep behandeld zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.

De rechtbank heeft overwogen dat op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep kan worden ingesteld tegen bestuursbesluiten, maar dat de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bepaalt dat tegen besluiten op grond van de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a, geen beroep mogelijk is.

De bestreden uitspraak is genomen op basis van artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hierdoor is de bestuursrechter onbevoegd om het beroep te behandelen. Eiser kan alleen via de burgerlijke rechter een vordering instellen als hij het niet eens is met de afwijzing van zijn verzoek.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed op 4 augustus 2021.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/557

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en
het Bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (BGHU),verweerder
.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend tegen de uitspraak van verweerder van 19 december 2020 op zijn administratief beroep (bestreden uitspraak).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft verweerder gevraagd om kwijtschelding van de aan hem opgelegde aanslag met aanslagnummer [aanslagnummer] . Met de bestreden uitspraak heeft verweerder dit verzoek afgewezen.
3. Op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. In de Awb staat ook dat tegen een aantal besluiten geen beroep kan worden ingesteld. Het gaat dan om besluiten die in de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (de Bevoegdheidsregeling) worden genoemd. In deze Bevoegdheidsregeling staat dat geen beroep kan worden ingesteld tegen besluiten die zijn genomen op grond van de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 of 62a. Met andere woorden: er kan alleen tegen beslissingen op grond van de artikelen 30, 49 of 62a van de Invorderingswet 1990 beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld.
4. De bestreden uitspraak, is genomen op grond van artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, en de artikelen 7, eerste lid en 25 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Tegen de bestreden uitspraak van verweerder kan dus geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld. Eiser kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter instellen op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze indien hij vindt dat verweerder zijn verzoek om kwijtschelding ten onrechte heeft afgewezen.
5. Dit betekent dat de bestuursrechter onbevoegd is om op het beroep van eiser te beslissen. De bestuursrechter van de rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.