ECLI:NL:RBMNE:2021:3833
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep vanwege tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoeker heeft op 15 mei 2020 een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen aangevraagd bij het CBR. Na een primair besluit en een besluit op bezwaar heeft het CBR op 5 juli 2021 het primaire besluit herroepen en het bezwaar ingetrokken, waarmee verzoeker volledig is tegemoetgekomen.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten, inclusief kosten voor een contra-expertise. Het CBR heeft geen bezwaar gemaakt tegen vergoeding van de kosten voor de beroepsprocedure.
De rechtbank stelt vast dat het CBR reeds heeft toegezegd de kosten van de bezwaarprocedure te vergoeden en veroordeelt het CBR in de proceskosten van de beroepsfase, vastgesteld op € 748,- voor rechtsbijstand en € 278,50 voor de contra-expertise. Tevens wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 181,- door het CBR vergoed moet worden.
Uitkomst: Het CBR wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker van € 1.026,50 na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.