Opposanten dienden een verzoek tot schadevergoeding in bij de rechtbank, maar deze verklaarde zich in een eerdere uitspraak onbevoegd omdat er geen bestuursrechtelijk besluit lag waarop de bestuursrechter bevoegd kon zijn. Opposanten gingen hiertegen in verzet, stellende dat verweerder een verkeersbesluit had moeten nemen en dat er sprake was van strijd met het égalité- en evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is omdat de eerdere uitspraak juist was: er is geen bestuursrechtelijk besluit en geen wettelijke grondslag in de Awb voor schadevergoeding bij feitelijke handelingen. Daarnaast is het gevorderde schadebedrag hoger dan het maximale bedrag waarvoor de bestuursrechter kan oordelen.
De rechtbank wijst erop dat opposanten het aanbod van verweerder om uit coulance een bedrag van € 13.919,- te ontvangen kunnen accepteren. De uitspraak is gedaan zonder zitting omdat er geen twijfel was over de uitkomst. Het verzet wordt afgewezen en er is geen hoger beroep mogelijk.