Verzoeker diende op 3 november 2020 een verzoek in tot herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid bij het UWV. Na uitblijven van een beslissing stuurde hij op 21 januari 2021 een ingebrekestelling en diende op 8 april 2021 een beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen. Op 29 april 2021 nam het UWV alsnog een besluit, waarna verzoeker het beroep introk en een vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank oordeelde dat, conform de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, indien het bestuursorgaan aan het verzoek van de indiener tegemoetkomt en het beroep wordt ingetrokken, de proceskosten vergoed moeten worden. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €748,-, gelijk aan het griffierecht voor het indienen van het beroepschrift.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 10 augustus 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.