De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap als eigenaar van meerdere appartementen en de Vereniging van Eigenaars (VvE) over de betaling van VvE-bijdragen en de verrekening daarvan met door de eigenaar betaalde kosten voor schoonmaak, onderhoud, water en energie.
De kantonrechter vernietigt het eerdere verstekvonnis en bepaalt dat de eigenaar €14.700 aan openstaande VvE-bijdragen moet betalen, met wettelijke rente vanaf 19 mei 2020. De vordering van de eigenaar tot verrekening van kosten wordt grotendeels afgewezen omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat er een overeenkomst van opdracht, lastgeving of zaakwaarneming bestond. Enkel een deel van €476,70 aan schoonmaakkosten wordt toegewezen wegens voldoende bewijs van betaling.
Verder wordt vastgesteld dat een deel van de vorderingen over en weer is verjaard. De eigenaar kan de vordering niet verrekenen vanwege een uitsluitingsbepaling in de splitsingsakte. Beide partijen worden veroordeeld in hun proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.