ECLI:NL:RBMNE:2021:3892
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen verkeersbesluit plaatsen laadpalen met in stand laten rechtsgevolgen
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht nam een verkeersbesluit om vier parkeerplaatsen aan te wijzen voor het opladen van elektrische voertuigen nabij een woonadres en kinderdagverblijf. Eiser maakte bezwaar vanwege mogelijke verkeersveiligheidsproblemen en parkeerdruk, vooral voor ouders en werknemers van het kinderdagverblijf.
De rechtbank constateerde dat het college in het bestreden besluit onvoldoende was ingegaan op deze bezwaren en niet had gereageerd op een e-mail van eiser. Dit leidde tot een schending van het motiveringsbeginsel zoals neergelegd in artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd.
Tijdens de zitting gaf het college een aanvullende motivering waarin werd toegelicht dat de parkeerplaatsen geen kortparkeerplaatsen zijn, het aantal parkeerplekken ongewijzigd blijft en dat de verkeersveiligheid niet in het geding is. De rechtbank vond deze motivering voldoende om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten, waardoor de laadpalen geplaatst mogen worden.
Eiser kreeg het betaalde griffierecht vergoed, maar er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De rechtbank verwees ook naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een hoge parkeerdruk op zichzelf geen reden is om laadpalen niet te plaatsen.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering, besluit vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand.