Eiser heeft op 16 december 2020 een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, ontving het verzoek op 21 december 2020 en diende uiterlijk op 18 januari 2021 een besluit te nemen. Dit is niet gebeurd.
Eiser stelde verweerder op 21 januari 2021 in gebreke, waarna twee weken zijn verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet ook het griffierecht van € 181,- aan eiser vergoeden. Er zijn geen proceskosten toegekend aan eiser.