Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp omdat het college niet binnen de door de rechtbank eerder gestelde termijn van zes weken heeft beslist op haar bezwaar. De rechtbank bevestigt dat het college in gebreke is gebleven door niet tijdig een besluit te nemen.
De rechtbank oordeelt dat in dit geval geen ingebrekestelling vereist was, omdat de termijn reeds door de rechtbank was vastgesteld. Het college heeft vertraging veroorzaakt door het inschakelen van een externe deskundige, maar dit rechtvaardigt geen verdere uitstel.
De rechtbank bepaalt dat het college binnen twee weken alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt het college veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 374,- en het griffierecht van € 181,- aan eiseres.