ECLI:NL:RBMNE:2021:3939

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 augustus 2021
Publicatiedatum
19 augustus 2021
Zaaknummer
21/670
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep omgevingsvergunning

Verzoekster diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een schuur met agrarische bestemming. Verweerder verleende de vergunning uiteindelijk van rechtswege op 18 mei 2021. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank stelde vast dat verweerder de kosten van de beroepsmatig verleende rechtsbijstand in zowel de bezwaar- als beroepsfase reeds had vergoed, evenals het betaalde griffierecht. Op grond van artikel 7:15, tweede lid, Awb worden proceskosten alleen vergoed indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Omdat aan het verzoek om vergoeding reeds was voldaan, wees de rechtbank het verzoek om veroordeling in de proceskosten af. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 10 augustus 2021.

Uitkomst: Het verzoek om veroordeling in de proceskosten wordt afgewezen omdat deze reeds door verweerder zijn vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/670

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,

(gemachtigde: mr. R. Visser)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoekster omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag.
Op 18 mei 2021 heeft verweerder alsnog de omgevingsvergunning voor het plaatsen van een schuur met agrarische bestemming voor het stallen van landbouwvoertuigen van rechtswege verleend. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster op 7 juli 2021 haar beroep ingetrokken met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op dit verzoek gereageerd.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de beroepsfase al aan verzoekster zijn betaald. Ook het door haar betaalde griffierecht is inmiddels vergoed.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2.
Verzoekster heeft haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken omdat verweerder alsnog een besluit heeft genomen. Verzoekster heeft gevraagd om vergoeding van haar proceskosten.
3. Op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
4. De rechtbank stelt vast dat de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in zowel de bezwaar- als de beroepsfase al aan verzoekster zijn betaald. Ook heeft verweerder het door verzoekers betaalde griffierecht vergoed. Nu aan het verzoek is tegemoet gekomen, zal de rechtbank het verzoek om een proceskostenvergoeding in deze zaak afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om veroordeling in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 10 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.