Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een schuur met agrarische bestemming. Nadat verweerder alsnog de vergunning van rechtswege verleende op 18 mei 2021, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank constateert dat de kosten van rechtsbijstand in bezwaar en beroep reeds door verweerder zijn vergoed, evenals het betaalde griffierecht. Op grond van artikel 7:15, tweede lid, Awb, worden proceskosten alleen vergoed indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
Aangezien het beroep is ingetrokken en de kosten reeds zijn vergoed, wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. Er is geen noodzaak tot een zitting geweest. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier O. Asafiati op 10 augustus 2021.