ECLI:NL:RBMNE:2021:3945
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen bestuursrecht
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 10 juni 2021, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat er nog een lopende dwangsom was wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Opposant was het niet eens met deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat het wachten op het vollopen van de dwangsom ongunstig was en dat een nieuwe dwangsomperiode mogelijk moest worden aangesloten.
De rechtbank overweegt dat op het moment van de uitspraak van 10 juni 2021 reeds een dwangsom liep, waardoor opposant niet in een gunstiger positie kon komen. De prikkel voor het bestuursorgaan om alsnog te beslissen was aanwezig door de opgelegde dwangsom. Omdat de maximale dwangsom nog niet was bereikt bij het indienen van het beroep, was het niet-ontvankelijk verklaren terecht.
Verder wijst de rechtbank erop dat de door opposant aangehaalde eerdere zaak (UTR 20/2582) niet vergelijkbaar is omdat daarin geen sprake was van een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.