ECLI:NL:RBMNE:2021:3960

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 augustus 2021
Publicatiedatum
19 augustus 2021
Zaaknummer
21 / 1801
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken gevraagde stukken

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverkiezingen. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht het griffierecht van €360,- te betalen en gevraagde documenten zoals een uittreksel uit het handelsregister en statuten te overleggen.

Ondanks een aangetekende brief van 12 mei 2021 waarin betaling binnen twee weken werd geëist, ontving de rechtbank het griffierecht niet tijdig. Eiseres gaf ook geen geldige reden voor de niet-betaling. Daarnaast werden de gevraagde documenten niet aangeleverd, ondanks een herinnering per aangetekende brief van 2 juni 2021.

Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht betekent het niet betalen van het griffierecht en het niet overleggen van de gevraagde stukken dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om het beroep inhoudelijk te behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het niet overleggen van gevraagde documenten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21 / 1801

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2021 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverkiezingen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
1 maart 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 360,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 12 mei 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Dat betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is (artikel 8:54 Awb Pro).
6. De rechtbank stelt vast dat eiseres ook geen kopieën van een uittreksel uit het handelsregister en de statuten heeft overlegd, terwijl de rechtbank hier wel om heeft gevraagd bij aangetekende brief van 2 juni 2021. Ook om die reden is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
7.
Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
8. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.