ECLI:NL:RBMNE:2021:3977
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en beëindiging proeftijd ambtenaar gemeente na onvoldoende functioneren
Eiseres trad op 1 september 2016 in dienst bij de gemeente met een tijdelijke proeftijd van één jaar, verlengd met zes maanden vanwege onvoldoende functioneren. Tijdens deze verlenging voerde de werkgever negen voortgangsgesprekken en een beoordelingsgesprek, waarna de proeftijd op 1 maart 2018 werd beëindigd.
Eiseres stelde dat de beoordeling niet volgens het beoordelingsreglement was opgesteld en dat de inhoud onjuist was, onder meer vanwege een onjuist beeld van haar functioneren en gebrek aan objectiviteit van collega’s. De rechtbank oordeelde dat het beoordelingsreglement niet van toepassing was op het einde van de proeftijd en dat de beoordeling op voldoende gronden was gebaseerd.
De rechtbank vond dat de werkgever concrete voorbeelden gaf van tekortkomingen in het functioneren en dat de toetsing terughoudend is. De stellingen van eiseres over de werksfeer en cultuur werden onvoldoende onderbouwd en konden de beoordeling niet ondermijnen.
De rechtbank concludeerde dat de werkgever in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat eiseres niet aan de gestelde eisen voldeed en dat het besluit tot beëindiging van de proeftijd stand hield. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de negatieve beoordeling en het niet voortzetten van haar proeftijd is ongegrond verklaard.