Verzoeker, een beginnend bestuurder en zorgverlener, kreeg een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd en zijn rijbewijs geschorst vanwege verkeersovertredingen uit 2018 en 2019. Hij verzocht om schorsing van dit besluit, stellende dat hij zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk en dat hij inmiddels geen beginnend bestuurder meer is.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van verzoeker vanwege zijn zorgfunctie en rol als veiligheidspartner van de politie, ondersteund door een schriftelijke verklaring. Echter, verweerder is op grond van dwingende regelgeving verplicht het rijvaardigheidsonderzoek op te leggen en het rijbewijs te schorsen, zonder ruimte voor belangenafweging.
Hoewel verzoeker recentelijk een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) kreeg opgelegd wegens een snelheidsovertreding in december 2020, is dit niet relevant voor het huidige besluit. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen dringende redenen bestaan om af te zien van het onderzoek en de schorsing, mede omdat verzoeker niet heeft aangetoond langere tijd verkeersveilig te hebben gereden.
Het belang van verkeersveiligheid weegt zwaarder dan het werkgerelateerde belang van verzoeker. Het geplande rijvaardigheidsonderzoek op 4 oktober 2021 beperkt de periode van schorsing. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.R. van der Vos op 23 augustus 2021 en is onherroepelijk.